Het Laatste Oordeel
Het Laatste Oordeel (Cornelis Tack, 1604)
een uniek Diksmuids gerechtigheidstafereel
Dit op een houten paneel (162 cm x 212 cm) geschilderde ‘Laatste Oordeel’ is beslist het oudste en meest waardevolle schilderij nog in het bezit van de stad. Wie een weinig vertrouwd is met de turbulente geschiedenis van Diksmuide, kan zich hierover maar verwonderen. De tand des tijds heeft er uiteraard gedurende vierhonderd jaar zijn nefaste sporen op nagelaten. Dankzij een geslaagde restauratie is het schilderij nu ‘in al zijn glorie’ opnieuw te bewonderen. De intrinsieke waarde ervan moet echter eerder op het cultuurhistorische dan op het artistieke vlak gezocht worden.
Je wordt er wel even stil bij als je bedenkt dat dit Diksmuids gerechtigheidstafereel bijna tweehonderd jaar lang (1607-1787) de rechtstreekse getuige was van een soms onmenselijke justitie met zijn veroordelingen tot o.a. brandmerken, foltering, verbanning tot de galleien, ‘bannen’ van de vuist, onthoofding, ophanging, de brandstapel voor onfortuinlijke heksen en ‘lutheranen’ of de kaakstraf (schandpaal) voor mannen en het ‘dragen van den steen’ voor vrouwen…
Wet en recht
Vanaf het begin van de 12e eeuw werden de gezagsdragers van de steeds autonomer optredende steden met rechtsmacht bekleed. Zo verwierven de Diksmuidse schepenen de bevoegdheid over de lage, middelbare en hoge justitie m.a.w. ze werden soevereine rechters zowel in criminele als civiele zaken. In de helft van de 16e eeuw was het rechtsbestel binnen Diksmuide in zover uitgebouwd dat er in het stadhuis een rechtszaal (justitie) bestond.
‘stadsrekening 1542-’43: ‘….van 2 dagen te metsene aen de nieuwe justitie’
Hierin hing een gerechtigheidstafereel, de enige figuratieve voorstelling die voor aankleding in aanmerking kon komen om reëel en functioneel recht te kunnen spreken. De toen heersende binding tussen Kerk en Staat vereiste een christelijk geïnspireerd onderwerp. Een ‘Laatste Oordeel’ was daarvoor het meest aangewezen, het meest voorkomend. Het tafereel moest er de magistraten op wijzen dat er een goddelijke rechter was die van hen de absolute integriteit verwachtte en hen daarover in het hiernamaals zou oordelen. Soms was er meer dan één exemplaar en kregen profane onderwerpen eveneens een kans bijv. thema’s uit het Oude Testament, de klassieke oudheid en legendenuit lokale overleveringen. Zo schilderde de befaamde Brugse kunstenaar J.A. Garemijn in 1732-’33, eveneens voor de Diksmuidse rechtszaal, een salomonsoordeel. In het laatste kwart van de 18e eeuw, tijdens het bewind van Jozef II, werden de stedelijke rechtbanken afgeschaft. Na de bouw van het nieuwe stadhuis (1875-’80) kreeg Het Laatste Oordeel een plaats in het kabinet van burgemeester Dautricourt, waaruit het onder WOI verdween.
Het tafereel van dichtbij
Volgens de christelijke leer zal, op het einde van de wereld, een opstanding van de doden plaatsvinden en zullen ze samen met de levenden aan een laatste godsoordeel onderworpen worden (Math. 25/31-46). De vaste bestanddelen van een laatste oordeeltafereel zijn dan ook Christus als rechter, apostelen, heiligen, engelen, uitverkorenen en verdoemden.
Bovenaan zetelt, op een wolk, de rechtsprekende Jezus, met aan weerszijden apostelen, heiligen en martelaren. Rechts en links van Hem draagt een engel respectievelijk een lelie, symbool van de onschuld, en een tweesnijdend zwaard, symbool van schuld en boete. Met bazuingeschal roepen engelen de doden uit hun graf. In de achtergrond hanteert de aartsengel Michaël de weegschaal met naakte figuurtjes erop die de menselijke ziel voorstellen. Rechts onderaan worden de veroordeelden door demonen naar de hel gedreven. Het monster met opengesperde muil incarneert de verdoemenis. Links begeleiden engelen de uitverkorenen naar het paradijs.
Laatste Oordeelvoorstellingen zijn uitermate rijk aan symboliek. De ‘figuratieve’ taal ervan is voor ons vandaag soms nog moeilijk te vatten. Zo bijv. valt het op dat alle personages op het schilderij ongeveer even oud lijken, geen kinderen, geen ouderen, maar leeftijdsgenoten van Christus bij Zijn dood en verrijzenis.
Cornelis Tack
De opdracht voor dit schilderij werd in 1604 door het stadsbestuur aan de Diksmuidse schilder Cornelis Tack toevertrouwd. Van deze Cornelis weten we niet veel meer dan dat hij ‘de schilderaere’ genoemd werd, dit wellicht om hem te onderscheiden van naamgenoten in die tijd. Geregeld kreeg hij van het stads- en kerkbestuur opdrachten voor allerlei decoratief schilderwerk, zowel voor het schilderen van een altaartafereel als voor het vergulden van de ‘nieuwen weerhaen’. De enige verwijzing naar zijn Laatste Oordeel vinden we in de stadsrekening van 1604 onder ‘ghiften’
‘ghegheven Cornelis Tack over zijne diligentie ende debvoir gedaen in schilderen vant tafereel van ‘t oordeel de somme van XV pp.’
Aansluitend wordt Cornelis nog eens door ‘de wet’ voor zijn werk aan ‘het oordeel’ op een banket vergast. (8 pp. 10 schel.) Beide verwijzingen gaan waarschijnlijk louter om een gift, een toemaatje aan C. Tack door een over zijn prestatie heel tevreden stadsbestuur. Hoeveel dit ‘Laatste Oordeel’ werkelijk gekost heeft, konden we nergens terugvinden, maar zeker meer dan beide bovenstaande giften. Met zijn schilderwerk schijnt Tack nooit rijk te zijn geworden. Volgens een oud en op de graat versleten document (info M. Catteeuw) had onze schilder – nogal eigen aan kunstenaars – regelmatig schulden. Na 1614 vinden we hem niet meer terug voor nieuwe opdrachten in de stads- en kerkrekeningen. Waarschijnlijk was hij al overleden.
WO I en het ‘Oordeel’
Zwaar getroffen door artellerievuur kwam Diksmuide in november 1914 in Duitse handen. Blijkbaar was de schade aan het stadhuis toen nog niet zo groot en kon het schilderij door de bezetter in veiligheid worden gebracht. Pas in 1916 duikt het op bij beeldhouwer-meubelmaker Gaston Verlinde uit de Boomgaardstraat (Boeyaard) in Torhout.
Hierover in het kort het relaas van G. Verlinde zelf:
‘De 24e december 1916 daags voor kerstdag rond de middag kwamen bij mij twee Duitse soldaten met een wagen waarop een groot tableau lag. Ze losten die bij mij af om er voor te zorgen… Ik vroeg hun van waar die was. Zij zegden van de kerk van Bovekerke. Niemand anders dan ik en mijn twee zusters waren daar getuige van.
In 1925 melden zich bij mij twee heeren… Zij zegden gezonden te zijn van de heer Degroote, burgemeester van Houthulst, (E. Degroote was na WO I Hoog Koninklijk Commissaris voor de wederopbouw van o.a. Diksmuide) en toonden hun kenteken van geheime politie. De ondervraging begon: u hebt hier in uw huis een schilderij ‘Het Laatste Oordeel’ uit het stadhuis van Dixmude? Mijn antwoord was dat ik het niet wete. Ik deed hun alles uiteen’.
In juni-juli 1925 liet burgemeester A. Baert Het Laatste Oordeel bij Verlinde weghalen en bedankte in een brief (9-7-1925) de heer Verlinde omdat hij gedurende meer dan tien jaar het schilderij in zijn huis had bewaard.
Inspiratie
Laatste oordeeltaferelen kennen een lange geschiedenis. Ze waren een geliefd onderwerp voor kunstenaars van vroeg in de middeleeuwen tot laat in de 17e eeuw. Uit deze 16e-17e-eeuwse periode zijn in Vlaanderen nog een 25-tal gerechtigheidstaferelen bewaard. Het Diksmuidse paneel is een product uit de barok, een kunstrichting die, in tegenstelling tot de ‘statische renaissance’, streeft naar beweging, dramatiek, tot de verbeelding sprekende effecten. Herkenbare figuren, de naakte mens waren toen ‘in’. Bijna zeker zal Tack inspiratie opgedaan hebben bij de (voor ons onbekende) meester van het nog eveneens bestaande Veurnse Laatste Oordeel (+/- 1591-1600).