Het Begijnhof – De Begijnhofstraat
Dit smalle straatje dat de Grote Dijk met het Begijnhof verbindt, loopt ter hoogte van de ingangspoort van het Begijnhof met een knik noordoostelijk verder tot in de broeken van Beerstblote. Ooit strekte het zich tot aan de Noordpoort uit en lag de ‘scaepmarct’ in de nabijheid ervan. Op het figuratieve stadsplan van Martinus Haecke (1716) is van deze verbinding moeilijk nog iets te merken en zijn stadspoorten zijn al verdwenen.
Zijn naam ontleent het straatje uiteraard aan het Begijnhof dat hier in de eerste helft van de 13e eeuw ontstond en toen nog buiten de eerste stadsomwalling lag. Dit was een typisch stedelijk fenomeen. Kloosters en abdijen hadden ruimte nodig en die was binnen de strakke begrenzing van een klein vestingstadje als Diksmuide uiterst beperkt.
Onder de dreiging van Engelse aanvallen op de kuststreek werd de stadsomwalling in het begin van de 15e eeuw uitgebreid en kwam het Begijnhof binnen de vesten te liggen. De glooiing van deze walgracht, de zogenaamde ‘nieuwe veste bachten beghinhove’, is achter het Begijnhof nog goed te onderscheiden.
In de 17e – 18e eeuw – zoals trouwens nu nog – werd het straatbeeld er grotendeels bepaald door de aaneengesloten bebouwing van het begijnhofpand. Aan de zuidkant scheidde een nu verdwenen gracht het Begijnhofstraatje van de achtertuinen van de woningen van de Grote (huidvetters)Dijk. Een hobbelig kasseiweggetje hield er de voeten droog en verder was het maar een onverharde landweg, zelfs nog tot halfweg de 20e eeuw.
Het Begijnhofstraatje is één van de weinige straten van de stad die in de loop van de eeuwen haar naam bijna ongewijzigd wisten te bewaren. (Beghinnestraetken, Beghinhofstraete …). Een eerste vermelding ervan vinden we in de 15e eeuw.
En toch! Gedurende een korte periode kwam daar ongevraagd en ongewenst verandering in. Op 10 november 1806 – we waren toen al een tiental jaren Franse staatsburgers – vaardigde de prefect van het Departement van de Leie, waartoe we behoorden, een reglement uit dat de stadsoverheid verplichtte aan elk hoekhuis de naam van de straat – in het Frans – aan te brengen. Deze naam moest dan nog liefst enige connotatie inhouden met het Franse bewind…!
Rue du béguinage vond geen genade in de ogen van de prefect en het straatje werd euforisch omgedoopt tot Rue d’Austerlitz, een verwijzing naar de ‘Driekeizersslag’ (2 december 1805), de verpletterende overwinning van keizer Napoleon I op de Oostenrijkse en Russische troepen van keizer Frans I en tsaar Alexander I. Voor de gewone Diksmuideling was dit Franstalige straatnaambord – als ze het al konden lezen – niet eens zo’n probleem. ‘t Bleef het Begijnhofstraatje…
Bewoning
Vanouds concentreerde de bewoning er zich in het Begijnhof en in enkele kleine, schamele huisjes. Over de grootte van de Diksmuidse begijnenpopulatie in haar bloeiperiode ontbreken cijfers. Het beluik was in de 18e eeuw – vóór de Franse overheersing – 1/3 groter dan vandaag. Twintig of meer begijnen konden er zeker gehuisvest worden. Volgens de volkstelling van 1814 telde de Rue d’Austerlitz toen ongeveer 82 bewoners, voor de meerderheid binnen het beluik. Ongeveer 1/3 van het Begijnhof (het nu zogenaamde ‘klein Begijnhof’ of ‘Godshuizen H. Godelieve’) werd in 1796 geconfisqueerd en gebruikt voor de huisvesting van een brigade rijkswachters. De legger bij het kadastrale plan (Popp, 1846) siteert verder nog een 6-tal woningen in het straatje. Het waren huurhuisjes, krotjes, zoals er toen meer waren in Diksmuide. Ze hadden een gemiddelde oppervlakte van 25 vierkante meter. De schrijnende armoede in de helft van de 19e eeuw weerspiegelde zich ook hier in een onder andere lamentabele huisvesting.
Uitbreiden over de geschiedenis van het Begijnhof en zijn bewoners zou ons te ver leiden. ‘t Wordt een verhaal apart.
Toch kort even dit:
Ontstaan in het eerste kwart (?) van de 13e eeuw werd het Diksmuidse Begijnhof ‘Ten Wijngaerde’ in 1795-’96 tijdens het Frans republikeins bewind geconfisqueerd en aan de Burgerlijke Godshuizen – een toen nieuwe, burgerlijke, zorgverlenende instelling – toebedeeld. Totaal vernield onder de Eerste Wereldoorlog kreeg het Begijnhof met de wederopbouw (1923-’33) zijn vooroorlogse uitzicht terug. Begijntjes kwamen er niet meer!
Op 10 mei 1946 keurde de gemeenteraad het voorstel van het COO-bestuur goed om het pand aan de nieuw opgerichte vzw Sint-Godelieve, rust- en bezinningshuis voor dames, te verkopen.
In juli 1990 kwam de begijnhofsite in handen van de Lovie – Broeders Van Dale – om het als centrum voor begeleiding van volwassen mentaal gehandicapten te gebruiken.
Het beheer van de kapel zou verder een afzonderlijke vzw vormen. Bij KB van 10-07-1973 werd het Begijnhof als landschap en bij MB van 03-02-2000 als monument beschermd. Het is nu wachten op de geplande totaalrestauratie van het sfeervolle Begijnhof, één van de drie die de provincie nog rijk is.
Steun aan België of Van Wezelstichting
In de gevel van woning nr.4 steekt een Delfts blauw tegeltje. Het is handgeschilderd en vervaardigd door de befaamde, eeuwenoude aardewerkfabriek ‘De Porceleijne Fles’ (Ned.). Het stelt twee ineengeslagen handen voor als symbool van hulp en vriendschap tussen Nederland en België, met verder het wapenschild van beide landen en de tekst ‘Steun aan België’. Het verwijst naar de Nederlands-Belgische vereniging opgericht in 1929, met als doel de nood, voornamelijk in Diksmuide , in de zo moeilijke, naoorlogse periode te helpen lenigen. De begunstigden waren vooral oorlogsinvaliden, weduwen en wezen. Het geld (de zogenaamde penning voor België) was onder de oorlog door de Nederlandse bevolking bijeengebracht.