Diksmuide Diamantstad!

  • dutch

Diksmuide Boterstad, maar ook Diamantstad: 80 jaar diamantgeschiedenis

Naast de steden Antwerpen, Brugge en de Limburgse Kempen is de Stad Diksmuide meer dan 80 jaar een actieve diamantstad geweest. Op heden vinden we hier nog enkele diamantbedrijven terug. Als we dit verhaal vertellen kijken mensen aardig op. Diksmuide en Diamant? En toch is het zo. Diamant heeft in de afgelopen decennia voor heel wat werkgelegenheid gezorgd. Deze lokale economische geschiedenis werd volledig uitgewerkt en beschreven in een prachtige publicatie door Robert Travers. Het eerste nummer in de reeks Diksmuidse Historische Publcaties is een initiatief van Stad Diksmuide.

De gemeenteraad keurde in februari het nieuwe initiatief van het stadsarchief goed voor de oprichting van de publicatiereeks ‘Diksmuidse historische publicaties’. De publicatiereeks is opgestart om het lokaal historisch onderzoek te ondersteunen en te bevorderen door vorsers en studenten een forum te bieden waar ze hun studieresultaten aan een geïnteresseerd publiek kwijt kunnen. In de reeks ‘Diksmuidse historische publicaties’ zullen historische waardevolle, interessante en/of merkwaardige bijdragen over lokale thema’s, bronnenpublicaties, facsimile’s,… worden genomen. We hebben niet de pretentie om ons te meten met professionele uitgevers, maar we willen vooral dat de historische informatie die commercieel misschien niet zo interessant is, niet verloren gaat.

In deze uitgave brengt gewezen Diksmuideling Robert Travers het verhaal van de Diksmuidse diamantgeschiedenis vanaf 1926. Hij is er in geslaagd om een nieuw facet toe te voegen aan de geschiedenis van onze stad. Het was overigens hoog tijd dat dit hoofdstuk van onze lokale geschiedenis werd vastgelegd. De diamantnijverheid werd immers gedragen door gedreven ondernemers die weinig archief nalieten. Het onderzoek richtte zich bijgevolg in hoofdzaak naar het opsporen van de betrokkenen en naar het vastleggen van hun getuigenis. De uitgave wordt bovendien geïllustreerd met foto’s en archiefmateriaal, geput uit diverse openbare en private collecties. De beeldredactie en opmaak gebeurden in samenwerking met Stad Diksmuide. Dit alles maakt van deze uitgave ‘Diksmuide diamantstad: 80 jaar diamantgeschiedenis’ een zeer aantrekkelijke uitgave.

80 jaar diamantgeschiedenis

De betekenis die de diamantnijverheid voor Diksmuide heeft gehad, kan niet precies worden omschreven. Zeker is dat deze industrie het niet moeilijk gehad heeft om zich in de Stad Diksmuide te vestigen. De verklaring hiervoor is vrij eenvoudig. Betreffende infrastructuur waren de vereisten beperkt. Aanvankelijk was de diamantindustrie hier niet meer dan een uit de kluiten gewassen huisnijverheid. Ergens een bijgebouwtje in de tuin of aan de woning van de diamantair was voldoende. Tijdens het interbellum en zeker na de Tweede Wereldoorlog was er sprake van grotere gestructureerde ateliers. Ook de aanbreng, de bewerking en de aflevering van de diamanten stelde geen problemen. Onopvallend reisde de Diksmuidse diamantair éénmaal per week naar Antwerpen om er ruwe stenen op te halen en er de afgewerkte diamanten terug af te leveren. Ook de bewerking als zodanig was niet storend. Zonder enig gevaar op tegenspraak mag worden gezegd dat Diksmuide zich geen milieuvriendelijker nijverheid kon dromen.

Ook sociaal-economisch heeft de diamantnijverheid voor Diksmuide een niet direct te becijferen betekenis gehad. De diamantindustrie stond er als sociaal vooruitstrevend aangeschreven. Als eerste nijverheidssector kende men er de 40-urenweek gespreid over 5 werkdagen. Gekend was – wat zich laat bevestigen bij de sociologische analyse van de Diksmuidse woonwijken – dat bij de bouwmaatschappijen en bij de instellingen als het Woningfonds der Grote Gezinnen procentueel het hoogste aantal kandidaat kopers en huurders voor een sociale woning te vinden was onder de diamantbewerkers. Wetend dat de diamantbewer-ker werd betalld op basis van het door hem afgewerkte aantal steentjes, is volgende anekdote veelzeggend. “Bij het schrijven in 1955 van mijn eindwerk aan de Sociale School in Roeselare stuurde ik alle West-Vlaamse diamantarbeiders een vragenlijst. Niettegenstaande de bijgevoegde gefrankeerde omslag reageerde hier niemand op. Latere huisbezoeken brachten hiervoor de verklaring. Geen enkele diamantbewerker was bereid zijn reël loon zomaar op een vragenlijst in te vullen. Begrijpelijk, als men weet dat het wettelijk ingeschreven loon slechts 2/3 tot de helft bedroeg van wat zij wekelijks naar huis meebrachten. Gezegd moet worden dat ondertussen en zeker tijdens de twee voorbije decennia de diamantnijverheid haar economische en sociale status ook heeft zien verloren gaan”, aldus Robert Travers.

Dat de vraag al eens wordt gesteld of Diksmuide haar diamantnijverheid voldoende heeft gekoesterd, is dan ook vrij logisch. Het antwoord hierop lijkt niet zo eenvoudig. Tussen beide wereldoorlogen in was het niet zo gebruikelijk dat overheidsinstanties ondersteuning gaven aan particuliere nijverheidsinitiatieven. Hun rol beperkte zich tot het verlenen van de vereiste bouw- en uitbatingsvergunningen. Tegenover de plaatselijke diamantnijverheid heeft het Diksmuidse stadsbestuur destijds hetzelfde gedaan. Na de Tweede Wereldoorlog en in de periode van de economische reconversie werd in Diksmuide de diamantnijverheid behandeld als een andere lokale nijverheid.Om grotere of meerdere ondersteuningsmaatregelen werd door de diamantnijverheid ook niet gevraagd.

Anders moet geoordeeld worden over de houding van de toenmalige Diksmuidse politici ten opzichte van de komst van een plaatselijke diamantschool. Voor de vertraagde start en uiteindelijk ook de definitieve mislukking er van dragen onbetwistbaar de toenmalige Diksmuidse liberalen een grote verantwoordelijkheid. Hoe de diamantnijverheid zich hier ter plekke ontwikkeld zou hebben met de komst van deze diamantschool en zonder het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog, valt echter ook niet te zeggen. Volledigheidshalve moet hieraan nog worden toegevoegd dat na de Tweede Wereldoorlog Marcel De Hantsetters zich ook niet steeds voldoende door de officiële instanties gesteund voelde in zijn pogingen voor de West-Vlaamse diamantnijverheid een opleidingsvorm te krijgen vergelijkbaar met deze voor de middenstandsberoepen, erkend door het Ministerie van Economische Zaken en niet langer meer door het Paritair Comité voor de Diamant

Dat Diksmuide ooit diamantgeschiedenis zou schrijven en toonaangevend zou worden binnen de West-Vlaamse diamantnijverheid, had wellicht nooit iemand durven voorspellen toen in 1924 Willem Bonte hier startte met zijn eerste diamantslijperij. Hopelijk is het niet totaal utopisch ervan te dromen dat deze 80-jarige geschiedenis  nog een vervolg krijgt dank zij een nieuwe lokale creativiteit op de aanwending van industriediamant.

Deze studie is een bescheiden poging om Diksmuide als diamantstad blijvend in het geheugen te behouden. De publicatie door de Stad Diksmuide drukt daarenboven ook haar waardering uit voor allen die zich in het Diksmuidse voor de ontwikkeling van deze nijverheid verdienstelijk hebben gemaakt.

Wat valt er te lezen in het boek?

In de eerste twee hoofdstukken wordt stilgestaan bij de herkomst en de vindplaatsen van diamant, de speciale eigenschappen van het mineraal en de technische bewerking ervan. Verder wordt ook gezocht naar een verklaring van de lokalisatie van diamanthandel en -bewerking in De Nederlanden. Vanaf het derde hoofstuk komt de Diksmuidse diamantgeschiedenis aan bod. Het slot van de studie brengt een bondig overzicht van historiek en legenden verbonden aan enkele willekeurig gekozen merkwaardige diamanten. Interesse in het boek? Je kan het boek inlezen in onze B&B…